De hond loopt in de straat. De man valt in de gracht. Hij zegt: Nee. Zij buigt haar knie. Ik voel me vol. Wie schiet het dier? Hij gooit zijn kauwgum weg. In zijn klas waren veel grapjes. De kleine kleuter breit een kleurvolle trui. Nu zuigt hij zijn vuile duim. Dan loopt zij gauw naar buiten. Hoeveel houten schuren lijken jou leuk? Hun auto loopt misschien honderd mijl per uur. Haar goede, oude oma is echt erg aardig. Zij bouwen een reuzen pijp. Vandaag gaat Jan naar Amsterdam en Haarlem. Sluit de voordeur! Niemand blijft altijd vijftig. Het meisje zweeg maar de oude vrouw sprak veel. Hoe oud zijn die lieve, kleine meisjes? De zuinige huisvrouw gooit niets weg. Hij is voor altijd uit de politiek verdwenen. Zij ver- dwijnen ijlings naar het warme Zuiden. Zo`n actie lijkt leuk maar leidt tot niets. Duizend ijle bomen ruizen luid in de zwoele lucht.