Integral Dutch Course

Chapter XII

Reflexive Verbs

Verbs that are always reflexive and verbs that may be reflexive.

Always reflexive: e.g. zich schamen (to be ashamed)

Conjugation of zich schamen:
ik schaam me
jij schaamt je
hij schaamt zich
zij schaamt zich
wij schamen ons
jullie schamen je/jullie
zij schamen zich

Other verbs in this category are:
zich vergissen to err, make a mistake
zich herinneren to recall
zich verbazen to be surprised
zich verheugen to rejoice, to look forward to
zich haasten to hurry

Verbs that are often reflexive are:
zich scheren to shave
zich ergeren to be irritated
zich bezeren to hurt (oneself)

Exercise 86. Translate into English:
  1. Hij schaamt zich voor zijn gedrag (behavior).
  2. Ik herinner me zijn naam niet meer.
  3. Zij verbaasden zich over het mooie weer.
  4. Sommige mensen scheren zich 's avonds, andere 's morgens.
  5. Heb je je geergerd aan mijn opmerking (remark)?
  6. Wij verheugen ons op de zomervakantie.
  7. Ik verbaas me over je vraag.
  8. Waarom haasten jullie je zo?
  9. Het kind bezeerde zich aan een stukje glas.
  10. Ik denk dat je je vergist.

Exercise 87. Translate into Dutch:
  1. We must hurry!
  2. When do you always shave?
  3. She was surprised about how late it was.
  4. They were irritated.
  5. ?      ? 00 am.
  6. I remember that evening in May.
  7. I think (that) you are making a mistake.
  8. He hurt himself when he fell.
  9. Are you (pl.) looking forward to the end of the year?
  10. Hannie didn't remember the number of the page.


The Passive Voice

(Present Tense)

1. Singular

Active:

We always bake our bread early in the morning.
Wij bakken ons brood altijd 's morgens vroeg.

Passive:

Our bread is always baked early in the morning.
Ons brood wordt altijd 's morgens vroeg gebakken.

2. Plural

Active:

They export these flowers five times a week.
Ze voeren deze bloemen vijf keer per week uit.

Passive:

The flowers are exported five times a week.
De bloemen worden vijf keer per week uitgevoerd.

The by-phrase: Sometimes it is important to mention the agent, the performer of the action, the real subject of the sentence. The Dutch equivalent of the English by, in this context, is door (not bij!)

Example:

The flowers are exported by the grower.
De bloemen worden door de kweker geexporteerd.

The book is written by a well-known author.
Het boek wordt door een bekende schrijver geschreven.

Exercise 88. Rewrite the following sentences in the Passive Voice. (in English)
  1. The students learn all the new words.
  2. In The Netherlands they make good cheese.
  3. They pump the water out of the polders.
  4. The men repair the roads.
  5. In Eindhoven they make the best TV's in the world.
  6. You must translate this sentence.
  7. The Dutch grow beautiful flowers. (to grow - kweken)
  8. They send them to New York by plane.
  9. In the stores they sell them the same morning.
  10. Everybody admires this product.

Exercise 89. Vertaal de bovenstaande zinnen in het Nederlands.

[repair repareren
road weg
roads wegen
the world de wereld
to grow (flowers) (bloemen) kweken
beautiful prachtig
by (plane) per (vliegtuig)
to sell verkopen
the morning de morgen
product (het) produkt
everybody iedereen
to admire bewonderen]

Exercise 90. Translate the passive sentences into Dutch.

Adjectives formed from verbs: In order to change a verb into an adjective, -ing is added to the verb in English, e.g.: to fly - a flying object; to read - a reading person. The equivalent of -ing in Dutch is -d(e) which is added to the infinitive: vliegen (to fly) - een vliegend voorwerp (object); lezen - een lezende persoon.


Nieuwe woorden

de correspondent the correspondent, agent
het vaderland the fatherland
het moederland the motherland
het bedrijf the company
het fruit the fruit
het produkt the product
het zuivelprodukt the dairy product
de industrie the industry
de vertegenwoordiger the representative
de boter the butter
de kaas the cheese
het ei the egg
de fabriek the factory
het apparaat the apparatus
de expositie the exposition
de schotel the saucer
de communicatie the communication
 
uitvoeren to export
exporteren to export
vliegen to fly
zaken doen to do business
 
namelijk namely
al already
elektronisch electronical(ly)
huishoudelijk domestic
 
aller(nieuwste) very (newest)
tevreden satisfied, happy


MANNENPRAAT

Cor: Hoe lang heb je nog vakantie?

Vader: Nog twee weken.

Cor: Ben je tevreden met je nieuwe baan?

Vader: O ja, zeer tevreden.

Cor: Krijg je dan veel meer geld?

Vader: Nee, helemaal niet veel, maar het werk is wel veel interessanter.

Cor: Is het veel anders dan je vorige baan?

Vader: Ja. Ik moet nu veel reizen en dat vind ik erg prettig.

Cor: Kom je ook een keer naar Amerika?

Vader: Ik denk het wel; misschien over een paar maanden al.

Cor: En komen Gerda en de kinderen dan ook?

Vader: Gerda wel, maar de kinderen waarschijnlijk niet - die moeten naar school. Ik blijf misschien wel een maand. Ik moet namelijk naar New York, naar Colorado en naar Californie.

Cor: Dat is leuk. Wat kom je eigenlijk doen?

Vader: Je weet natuurlijk dat Nederland veel industrieprodukten uitvoert, ook naar Amerika. Ik moet zaken doen met onze correspondenten in jouw nieuwe vaderland.

Cor: Wat wordt allemaal naar Amerika uitgevoerd?

Vader: Bedoel je door Nederland of door ons bedrijf?

Cor: Ik bedoel eigenlijk door jullie bedrijf maar ik wil ook wel graag weten wat allemaal door mijn oude vaderland - of is het moederland? - uitgevoerd wordt.

Vader: Wij exporteren alleen groente en fruit en zuivelprodukten, maar Nederland voert natuurlijk ook veel industrieprodukten uit. Ik ben vertegenwoordiger voor de zuivelprodukten zoals boter, kaas en eieren.

Cor: Wat voor industrieprodukten voert Nederland uit?

Vader: Ben jij al in Eindhoven geweest?

Cor: Vroeger wel, maar waarom vraag je dat?

Vader: Je weet misschien dat daar een van de grootste fabrieken in de wereld staat waar elektronische apparaten gemaakt worden.

Cor: Ik wist wel dat daar een grote fabriek was maar niet dat het een van de grootste in de wereld was.

Vader: Ja, dat is zo.

Cor: Kan je die fabriek ook bezoeken?

Vader: Waarschijnlijk wel, maar ik weet dat ze een permanente expositie hebben die dagelijks door honderden mensen bezocht wordt. Het gebouw lijkt op een heel grote vliegende schotel en het heet `Evoluon'; ik ben er al een paar keer geweest.

Cor: Dat wil ik ook graag zien.

Vader: We kunnen morgen gaan, als je wilt. Dan kunnen we de allernieuwste communicatie- en huishoudelijke elektronische apparaten zien die in de wereld gemaakt worden.

Exercise 91. Vertaal de bovenstaande tekst in het Engels. 

Exercise 92. Beantwoord de volgende vragen:
  1. Hoe vindt Vader zijn nieuwe baan?
  2. Doet hij hetzelfde werk als in zijn vorige baan?
  3. Wat moet hij nu veel doen?
  4. Moet hij misschien een keer naar Amerika?
  5. Welke staten van Amerika moet hij bezoeken?
  6. Wie gaat met hem mee?
  7. Welke produkten worden door Nederland uitgevoerd?
  8. Wat wordt door Vaders bedrijf geexporteerd?
  9. Wat voor produkt is kaas?
  10. Wat staat er in Eindhoven?
  11. Wat wordt daar gemaakt?
  12. Hoe groot is de fabriek die in Eindhoven staat?
  13. Door hoeveel mensen wordt het Evoluon bezocht?
  14. Wanneer gaan de mannen misschien naar Eindhoven?
  15. Wat kunnen ze daar zien?
  1. Hoe vind jij reizen?
  2. Hoeveel staten van Amerika heb je al bezocht?
  3. Wat is jouw vaderland?
  4. Welke produkten worden door de Verenigde Staten uitgevoerd?
  5. Welke produkten exporteert Canada?
  6. Exporteert Amerika ook fruit?
  7. Worden er zuivelprodukten uitgevoerd door Amerika?
  8. Heb je het Evoluon al gezien?
  9. Welke elektronische apparaten gebruik je thuis?
  10. Waar worden ze gemaakt?


Lisa Friedland, February 2002
Integral Dutch Course home