Hoelaat is het? - What is the time?
1.00 vm - 1 uur voormiddag (1 am)
1.00 nm - 1 uur namiddag (1 pm)
1.05 - 5 over 1
1.10 - 10 over 1
1.15 - kwart over 1
1.20 - 10 voor half 2
1.25 - 5 voor half 2
1.30 - half 2
1.35 - 5 over half 2
1.40 - 10 over half 2
1.45 - kwart voor 2
1.50 - 10 voor 2
1.55 - 5 voor 2
Compound verbs in Dutch usually consist of a preposition and a verb. A verb like opzoeken means and functions almost the same as the English verb to look up, for instance a word in a dictionary. In English the two parts are considered as two different words while in Dutch they form a new (compound) word.
The stress is always on the first, the preposition, part. When used in a sentence as the finite verb, the two parts are split, the verb part taking the place the verb normally takes, i.e. after the subject, while the preposition goes to the end of the clause.
Example:
When an auxiliary word is used, the whole verb goes to the end of the clause:
Other common compound verbs are:
| aankomen | to arrive |
| opletten | to pay attention |
| opschrijven | to write down |
| uitkijken | to watch out |
| uitleggen | to explain |
| meenemen | to take along |
| aantrekken | to put on |
| uittrekken | to take off |
| aankleden | to dress |
| uitnodigen | to invite |
| voorstellen | to introduce |
| opstaan | to stand up or to get up |
The two most important meanings of the word er are ? ? 35 people. (Er waren 35 mensen.) and it as in I will think about it. (Ik zal erover denken.) It is translated into er whenever it is combined with a preposition, e.g. about it above.
More examples:
| het onderwijs | the education |
| de politiek | (the) politics |
| de klas | the class |
| de onderwijzer | the teacher |
| de taal | the language |
| de vrijheid | the freedom |
| het salaris | the salary |
| de les | the lesson |
| de ingenieur | the engineer |
| de leraar | the (high school) teacher |
| het examen | the examination |
| het conservatorium | the conservatory |
| het vak | the (school) subject |
| beginnen | to begin |
| herhalen | to repeat |
| worden | to become |
| gaan over | to be about, deal with |
| begrijpen | to comprehend, understand |
| doceren | to lecture |
| opstaan | to get up |
| (niet) hoeven | to (not) need to (always negative) |
| verschillend | different |
| het(de)zelfde | the same |
| iedereen | everyone |
| allemaal | all (of them/it) |
| (een) paar | (a) few |
| zelfs | even |
| op school zitten | to attend school, to be in school |
| MAVO | Middelbaar Algemeen Vormend Onderwijs |
| HAVO | Hoger Algemeen Vormend Onderwijs |
| VWO | Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs |
| LTS | Lager Technisch Onderwijs |
| MTS | Middelbaar Technisch Onderwijs |
| HTS | Hoger Technisch Onderwijs |
| Protestants | Protestant |
| Katholiek | Catholic |
| openbaar | public |
| algemeen | general |
| vormend | forming, developing, educating |
| lager (onderwijs) | elementary (lower) education |
| basisonderwijs | elementary (lower) education |
| middelbaar(onderwijs) | middle (secondary) education |
| hoger (onderwijs) | higher (tertiary) education |
| wetenschap | science |
| wetenschappelijk | scientific |
| technisch | technical |
| finaal | final |
| ingewikkeld | complicated |
| gespecialiseerd | specialized |
| joods | Jewish |
| mohammedaans | Mohammedan |
| hindoeisme | Hinduism |
Vader: Om ongeveer zeven uur of half acht.
Cor: En hoelaat begint de school?
Vader: Dat is verschillend. De school van Wim begint om half negen, Hannie begint om tien voor half negen en Henks eerste les is om acht uur.
Cor: Zitten ze niet op dezelfde school?
Vader: Nee, Wim zit op de HTS, Hannie op het VWO en Henk op de HAVO.
Cor: Waarom zitten ze niet op dezelfde school?
Vader: Wim zit op een technische school omdat hij ingenieur wil worden, Hannie wil talen studeren en Henk wil muziekleraar worden.
Cor: En hebben ze ook op verschillende lagere scholen gezeten?
Vader: Nee, ze hebben allemaal op dezelfde protestants christelijke basisschool gezeten.
Cor: En moesten jullie er veel voor betalen?
Vader: Nee, onderwijs is erg goedkoop in Nederland en iedereen betaalt hetzelfde.
Cor: Zijn er ook katholieke scholen?
Vader: Ja, erg veel. En er zijn ook scholen voor Joodse, voor mohammedaanse en voor hindoe kinderen.
Cor: Hoeveel moeten jullie betalen voor het onderwijs van de drie kinderen?
Vader: Een paar honderd gulden. Zelfs het onderwijs aan de ? ? 000, dat is dus niet ? ? 000 per jaar.
Cor: Is het onderwijs goed in Nederland? Is het hetzelfde als in Amerika?
Vader: Het is erg goed maar heel anders dan in Amerika. De studenten krijgen aan het eind van het jaar examen en als ze niet genoeg weten, moeten ze het hele jaar herhalen.
Cor: Ook in het finale jaar?
Vader: In het finale jaar gaat het examen over het werk van twee jaar.
Cor: Is er verschil tussen de verschillende universiteiten?
Vader: Er is geen verschil in kwaliteit tussen de universiteiten maar er is wel een verschil tussen de vakken die ze doceren.
Cor: Waarom gaat Wim niet naar de universiteit?
Vader: Een technische hogeschool is hetzelfde als een universiteit maar de studenten studeren er alleen technische vakken.
Cor: En waarom zit Hannie op het VWO en Henk op de HAVO?
Vader: Omdat Henk naar het conservatorium en Hannie naar de universiteit gaat. Henk hoeft dus niet naar het VWO.
Cor: Ik vind het allemaal erg ingewikkeld!
Vader: Ja, het is erg ingewikkeld omdat het onderwijs in Nederland erg gespesialiseerd is.
Exercise 66. Vertaal het bovenstaand geprek in het Engels.
b. Supply the correct form of the verb, first in the Present, then in the Past Tense:
c. Join the following sentences by means of a suitable conjunction:
d. Use the correct form of the verb given in parentheses:
e. Combine the following pairs of sentences by means of a suitable relative pronoun: