dit agrees with het and is used to indicate objects that are close, like this in English.
deze agrees with de and is also used to indicate objects that are close. Since de refers to singular as well as plural objects, it must be translated with either this or these in English:
het boek: Dit boek is van mij. (This book belongs to me.)
de pen: Deze pen is van mij. (This pen belongs to me.)
de boeken: Deze boeken zijn van mij. (These books belong to me.)
dat also agrees with het but is used to indicate objects that are far, like that in English.
die also agrees with de but is used to indicate objects that are far, like those in English:
het boek: Dat boek is van mij. (That book belongs to me.)
de pen: Die pen is van mij. (That pen belongs to me.)
de boeken: Die boeken zijn van mij. (Those books belong to me.)
A Demonstrative Pronoun used as the subject of a sentence does not have a plural form:
Dit is mijn boek. Dit zijn mijn boeken. (This is my book. These are my books.)
Dat is ons huis. Dat zijn onze vrienden. (That is our house. Those are our friends.)
er, waar, hier, and daar, combined with a preposition, are called Prepositional Compounds.
| waarop | on what | (waar + preposition = what + preposition) |
| erop | on it | (er + preposition = it + preposition) |
| hierop | on this | (hier + preposition = this + preposition) |
| daarop | on that | (daar + preposition = that + preposition) |
N.B. Compare older English construction like: whereafter, whereupon, therewith, hereafter, etc.
In spoken Dutch these compounds are normally split into their two components:
Waar zit je op? (What are you sitting on?)
Ik zit er niet op. (I am not sitting on it.)
Ik zit hier niet op. (I am not sitting on this.)
Ik zit daar nooit op. (I never sit on that.)
| laten (zien) | to let or to allow to see, to show |
| laten bouwen | to have built |
| (je haar) laten knippen | to have (one's hair) cut |
| (je auto) laten repareren | to have (one's car) repaired |
e.g.:
(Laten can also mean to let: Laat me gaan! - Let me go!)
| met z'n (vijven, tweeen, etc.) | with five, two (persons), etc. |
| mee (gaan) | to go with eg. somebody. |
In Dutch the equivalent of somebody may be omitted (in contrast to English).
If the main verb in a given sentence is gaan or komen these may be, and usually are, omitted if an auxiliary verb is used in the sentence, e.g.
een goeie (goede) - a good one. The substantive formed of an adjective does not require a noun in Dutch. Also: een grote, een mooie, een gele (a yellow one), etc.
goeie is the colloquial, but very common, form of goede. In the same way: rooie for rode (red), ouwe for oude.
Degrees of Comparison in Dutch are formed in much the same way as in English:
| groot | groter | grootste |
| klein | kleiner | kleinste |
| duur | duurder | duurste |
| goed | beter | beste |
| veel | meer | meeste |
| weinig | minder | minste |
| o.a. (onder andere) | among others |
| d.w.z. (dat wil zeggen) | that means (that is to say) |
| afsluiten | to shut out, to close off |
| noemen | to call |
| stellen | to put (e.g. a question) |
| passen | to fit |
| breken | to break |
| vechten | to fight |
| leiden | to lead |
| regeren | to rule |
| varen | to sail |
| uitleggen | to explain |
| nakijken | to check (out) |
| (een vraag) stellen | to put (a question) |
| het deel | the part |
| de afsluitdijk | the enclosing dam, dyke |
| de zoon | the son |
| de boerderij | the farm |
| de reis | the journey, trip |
| de buitenlander | the foreigner |
| de inwoner | the inhabitant |
| het volk | the nation |
| het karakter | the character |
| het bondgenootschap | the confederation |
| de zeespiegel | the sea level (mirror) |
| de atlas | the atlas |
| het schip, (schepen) | the ship(s) |
| het rijk | the empire |
| de filosoof | the philosopher |
| de wereld | the world |
| (on)afhankelijk | (in)dependent |
| eigen | own |
| vreselijk | terrible(ly) |
| zoiets als | something like |
| vrij | free |
| gelukkig | fortunately, luckily, happy |
| beneden | below |
| vroeger | in the past |
| mee(gaan) | (to go) along, with |
| ver | far |
| toch | yet, still |
| Frans | French |
| Duits | German |
| Engels | English |
Jim: Ik wil graag mee.
Wim: Goed. June heeft ook gezegd dat ze mee gaat en ik denk dat Henk en Hannie ook mee willen. Dan zijn we met z'n vijven.
Jim: Wat gaan we in Friesland doen?
Wim: Ik wil jullie o.a. de afsluitdijk laten zien en ook een paar mooie boerderijen en molens. Friesland is prachtig.
Jim: Wat is de afsluitdijk?
Wim : De afsluitdijk sluit het IJsselmeer van de zee af. Vroe- ? ? 1932, heette het IJsselmeer de Zuiderzee. Toen konden de schepen van Amsterdam, via de Zuiderzee, naar de Noordzee varen.
Jim: Is het niet vreselijk ver helemaal naar Friesland? Dat is toch een ander land?
Wim: Nee, heel veel buitenlanders denken dat Friesland een ander land is. De Friezen spreken wel hun eigen taal en het Friese volkskarakter is ook anders maar Friesland is maar een van de twaalf provincies van Nederland. Kijk, hier kan je ze zien, op deze atlas. De andere elf zijn Groningen, Drente, Overijssel, Flevoland, Gelderland, Utrecht, Noordholland, Zuidholland, Zeeland, Noordbrabant en Limburg.
Jim: Dus Noordholland is niet in het Noorden en Zuidholland is niet in het Zuiden! En waarom noemen buitenlanders Nederland altijd Holland?
Wim: Je stelt wel erg moeilijke vragen! Maar het antwoord op ? ? 1579 hebben zeven provincies een bondgenootschap gevormd. Dat was het begin van Nederland. Net zoiets als de confederatie van de dertien kolonies in Amerika, denk ik.
Jim: Maar je hebt mijn vraag nog niet beantwoord: waarom noemen zo veel mensen Nederland Holland?
Wim: O ja. Omdat Holland (zuid- en noord) de rijkste en grootste provincie was.
Jim: Heeft Nederland ook een `War of Independence', hoe noem je dat, gehad?
Wim: Ja. Nederland heeft ook een vrijheidstrijd gehad. ? ? 80 jaar, d.w.z. van 1568 tot 1648 tegen Spanje gevochten. Nederland was toen een deel van het Spaanse rijk onder Karel V. Zijn zoon, Philips II, regeerde Nederland. Willem van Oranje was zoiets als George Washington: hij leidde de eerste vrije provincies tot de onafhankelijkheid.
Jim: Is het niet erg ver naar Friesland?
Wim: Nee, hoor. Twee of drie uur met de auto. Nederland is niet zo groot. Je kan Nederland elf keer in de provincie Montana passen.
Jim: Montana is geen provincie! Het is een staat!
Wim: O, dat wist ik niet. Is dat belangrijk?
Jim: Ja, dat is erg belangrijk. Dat zal ik je later uitleggen.
Wim: Dank je wel. Hoeveel inwoners heeft Montana? ? ? 700 000 mensen wonen.
Wim: Dat wist ik ook niet. In Nederland wonen meer dan veertien miljoen mensen!
Jim: Is het waar dat Amsterdam lager ligt dan de zee en dat het dus zou overstromen als de dijken breken?
Wim: Ongeveer eenderde van heel Nederland ligt beneden de zeespiegel. De dijken moeten dus erg sterk zijn.
Jim: Is het IJsselmeer dus een polder?
Wim: Nee, nog niet. Misschien wordt het later een polder. Een deel is nu al polder. Dat kan je ook hier op de atlas zien. Een polder is land dat vroeger zee was. Grote delen van Nederland waren vroeger zee. Het was de Franse filosoof Descartes die gezegd heeft: `God heeft de wereld gemaakt maar de Nederlanders hebben Nederland gemaakt!'
Jim: Dat is een goeie!
Exercise 77. Vertaal de bovenstaande dialoog in het Engels.